Tag productiviteit

Tevreden ontwikkelaars én stakeholders dankzij speelruimte

Dit is denk ik voor veel teams een herkenbare situatie: de ene Sprint verbranden jullie achttien effort points, de volgende twintig, de keer daarop vijftien. Wat is dan de capaciteit van het team? Hoe kun je voorspellen wat jullie de volgende Sprint gaan opleveren, als de capaciteit fluctueert van keer tot keer? Het antwoord is: dat kun je niet. Maar in The Art of Agile Development van James Shore vond ik hier een oplossing voor.

Hoe leer je eigenlijk programmeren?

Hoe leert iemand programmeren? Felienne Harmans stelt deze vraag naar aanleiding van een persoonlijke anekdote over de tijd dat ze jonge kinderen lesgaf over het onderwerp. Ze geeft ruiterlijk toe, als onbewust onbekwame leraar, in eerste instantie terug te vallen op de manier waarop ze zelf leerde programmeren: door het te doen. Maar is ontdekkend leren de beste manier om te leren programmeren? Te oordelen naar het succes van haar leerlingen, concludeert Hermans: nee, bepaald niet.

Hoe Nooglers testen de norm maakten

Google greep haar snelle groei aan als kans. In plaats van zich te focussen op hun bestaande werknemersbestand, richtte het management ze zich op nieuwe medewerkers. Ze gaven deze nieuwe Googlers, liefkozend Nooglers genoemd, bij binnenkomst allemaal hetzelfde praatje over testen en het belang ervan. Ze gebruikten de Nooglers, buiten hun weten om, als Trojaans paard om een cultuurwijziging te bewerkstelligen.

Agile zijn, niet Agile doen

Heeft Agile gefaald? Of heeft Agile nooit écht een voet aan de grond gekregen? In Clean Agile pleit Robert “Uncle Bob” Martin voor dat laatste. Het succes van Agile is zowel een vloek als een zegen geweest. Een zegen, omdat het het inefficiënte Waterval heeft verdreven, maar een vloek omdat de kerngedachte achter Agile zo vaak verkeerd begrepen is dat deze geheel verloren dreigt te gaan. Clean Agile is zijn poging de vele misverstanden recht te zetten.

Tijd om te ontwerpen

Ik heb jarenlang als ontwikkelaar code kunnen kloppen zonder ooit maar één stroomdiagram te hoeven bekijken. Een grappig gegeven, want één van de eerste dingen die ik moest doen toen ik solliciteerde naar een traineeship als back end developer, was een cognitietaak waarbij ik steeds complexere stroomdiagrammen voor mijn neus kreeg. En om de indruk te wekken dat software ontwikkelen méér is dan alleen naar een scherm staren, moest ik dat doen in een ruimte behangen met foto’s van mensen die lachend naar whiteboards staan te wijzen.

Horizontale of verticale PBI's?

Een risico van horizontaal ontwikkelen is dat je veel tijd besteedt aan de back-end, om er vervolgens bij de implementatie van de front-end achter te komen dat je iets over het hoofd hebt gezien. Met als gevolg dat je alsnog verticaal aan het ontwikkelen slaat. Dat is niet alleen irritant, het is ook ontzettend inefficiënt!

Toevallige productieve ontmoetingen

Een collega van me omschreef de huidige, moderne functie van een kantoor als volgt: het faciliteren van toevallige productieve ontmoetingen. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik dat hoorde (het was tijdens een borrel), zo’n mooie formulering vind ik het. Tegelijkertijd werpt het een licht op een gebeurtenis die voorheen zo alledaags en vanzelfsprekend was dat hij al die jaren aan mijn aandacht is ontsnapt: een collega tegen het lijf lopen bij de koffieautomaat.

Stoor me (niet), ik zit in the zone

Softwareguru Robert “Uncle Bob” Martin raadt het in The Clean Coder ontwikkelaars af om muziek te luisteren onder het programmeren. Muziek zorgt er namelijk voor dat je in the zone raakt. Je bereikt dan een gemoedstoestand waarin de code automatisch uit je vingers lijkt te vloeien. En dat is nu precies wat je niet wil.