Wat drijft je?
We lazen The Phoenix Project in de boekenclub. Bij de scène, dat is inmiddels alweer weken geleden, waarin alle managers bijeenkomen en hun levensverhaal delen, zei een medelezer: “Dit is heel belangrijk, want als je goed wil kunnen samenwerken, moet je weten wat je collega’s drijft.” Die opmerking is bij me blijven hangen, dus het leek me een mooie gelegenheid om te reflecteren over de vraag: wat drijft me eigenlijk als softwareontwikkelaar?
Ontwikkelaar zijn, of…?
Natuurlijk zijn er zoveel antwoorden mogelijk als dat er softwareontwikkelaars zijn. Ik heb collega’s die een brede glimlach krijgen van de nieuwste technische ontwikkelingen, anderen krijgen er een kick van het eigenlijke probleem achter een voorgestelde oplossing, boven water te halen. Er zijn ontwikkelaars die het leuk vinden om logische puzzeltjes met en in code op te lossen en programmeurs die euforisch worden van het achterhalen van de oorzaak van een moeilijke bug.
Tot op zekere hoogte voel ik deze dingen ook. Maar ik heb in het verleden ook wel eens, bewust provocerend, gemijmerd: eigenlijk vind ik software ontwikkelen helemaal niet zo boeiend. Begrijp me niet verkeerd, het is leuk een probleem uit te vragen, een zo eenvoudig mogelijke oplossing te programmeren en het resultaat daarvan terug te presenteren aan een stakeholder. Maar dat is niet wat me drijft als ontwikkelaar.
Want diep van binnen voel ik me nog altijd geen softwareontwikkelaar. Het is iets wat ik doe – en, stel ik me op overmoedige momenten wel eens voor, helemaal zo slecht nog niet –, maar het is niet iets wat ik ben. Maar aan de andere kant:

Rationeel onderzoek
Als ik geen ontwikkelaar ben, wat dan wel? Het antwoord moet, omdat mijn vooropleiding me daarin onherstelbaar heeft vervormd, haast wel zijn: een filosoof. Daarmee bedoel ik: iemand die ideeën op een (meestal, enigszins) rationele manier onderzoekt. Wat mij een glimlach op mijn gezicht bezorgt, is als ik een stap dichter bij het doorgronden van een bepaald idee ben gekomen.
Nu is “idee” natuurlijk een vage term.1 En dat is bewust. Want een idee kan zijn: een nieuwe technologische ontwikkeling; het probleem dat ons als ontwikkelaar gevraagd is op te lossen; een logische puzzel, of een moeilijk te doorgronden bug. Maar het kan ook zijn: hoe we als team met elkaar samenwerken, wat onze verhouding is tot onze stakeholders, hoe snelheid van deployment zich verhoudt tot kwaliteit – kortom: de dingen die zoal op deze blog voorbijkomen. (De genoemde onderwerpen toevalligerwijs alle drie in deze blog.)
En dat vertelt ons iets over de verhouding van deze blog tot mijn werk. dotkarl is niet zomaar een dingetje dat ik ernaast doe voor mijn plezier; het is een essentiële component van de manier waarop ik mijn werk vormgeef. Want als softwareontwikkeling zou zijn platgeslagen tot het praten van stakeholders en het schrijven van code en het fixen van bugs, dan had ik het met geen mogelijkheid zo lang volgehouden. De kritische reflectie op waar we mee bezig zijn is datgene wat mij als ontwikkelaar motiveert en op de been houdt.
Implicaties
Dit heeft implicaties voor het soort ontwikkelaar dat ik ben. Ik ben niet per se de persoon om in te schakelen als er diepgaande technische kennis nodig is van een bepaald framework, of wanneer de opdracht duidelijk is en de oplossingsrichting niet afwijkt van het trucje dat we al honderd keer hebben gedaan. Er zijn andere ontwikkelaars die daar blij van worden, ik niet – niet per se, laat ik het zo zeggen.
Ik kom beter tot mijn recht wanneer er dingen onduidelijk zijn, wanneer ze verhelderd moeten worden. Dat kan code zijn, code die ten onder dreigt te gaan aan technische schuld, bijvoorbeeld. (“Refactoren” is niet toevalligerwijs één van de meest gebruikte tags op deze website.) Maar het kan ook teamgerelateerd zijn, zoals wanneer een team ermee worstelt om iets op te leveren – laat staan van enige kwaliteit.
Dat is waar ik dan blij van word: om te achterhalen welke half geëxpliciteerde ideeën tot deze situaties hebben geleid, en hoe een verheldering van die ideeën – en af en toe hun vervanging door andere –, kan leiden tot iets anders en mooiers. Verkrampingen in het denken ontstaan daar waar verborgen aannames onze blik op de werkelijkheid vervormen.2
Enfin, ken uzelf. Wat de vraag oproept: weet jij eigenlijk wat jou drijft?
Vraag maar aan de critici van Plato, ha-ha! Ook het Brits ("common sense") empirisme heeft “idee” tot sleutelterm gemaakt in hun bespiegelingen – zonder overigens daarmee de gezochte filosofische verheldering te hebben gevonden. ↩︎
De laatste tijd houd ik me veel bezig met continuous deployment, verkrampte reacties op dat idee komen bijvoorbeeld vaak voort uit de aanname dat elke deployment ook een release inhoudt. ↩︎
carrièrepad · kernwaarden · software ontwikkelaar (rol) · werkplezier