(Overpeinzingen)
Je zegt: het is een kennisprobleem. Daar ben ik het niet mee oneens. Maar volgens mij heb ’m dan nog niet helemaal. Het gebrek aan kennis is een symptoom van een dieper liggend probleem.
Vraag je af: hoe kan het dat iemand na zoveel jaar ervaring deze code schrijft, en op deze manier ook?
Het is een kennisprobleem, en daaraan ten grondslag ligt iets, een beloningsprobleem of een houdingprobleem of allebei (of nog iets anders). Het is een organisatorisch en een individueel probleem, allebei.
Er is, blijkbaar, geen prikkel om te groeien als ontwikkelaar, geen interne en geen externe.
(Eén van de redenen waarom we destijds met de boekenclub begonnen zijn is om die impasse te doorbreken. Je vaardigheden niet ontwikkelen zou eenvoudigweg geen optie mogen zijn.)
Maar het zou kunnen dat die problemen weer symptomatisch zijn voor iets anders. De verwachtingen die we van elkaar hebben zijn ongeëxpliciteerd. Daarom houdt niemand elkaar verantwoordelijk.
Je zei: we zijn te lief. Waarom, als het niet goed is, zeggen we niet: het is niet goed?
En het gaat niet om professionele en persoonlijke ontwikkeling alleen, het is breder dan dat. Je hebt teams die gegijzeld worden door een proces waarvan iedereen vindt dat het niet werkt. Maar: dat accepteren we – en we gaan door.
Programmeurs schrijven code. Programmeurs houden zich niet bezig met het organiseren en verbeteren van werkprocessen.
Je zei eens: je kunt mensen in een systeem waarin hun eigenaarschap wordt ontzegd, niet redelijkerwijs kwalijk nemen dat ze geen eigenaarschap nemen. Ik ben het ermee eens dat dat geen verrassende uitkomst is. Maar ik ben het ermee oneens dat je het mensen niet kwalijk kunt nemen. (Misschien onredelijkerwijs.)
Je hebt als professional een verantwoordelijkheid – altijd en overal, naar je werkgever en naar jezelf toe – om jezelf en je omgeving te verbeteren. Je werk is geen dictatuur; het is mogelijk (en soms wenselijk) om in opstand te komen tegen het systeem. Zeker als het verdrukkend is, juist dan.
Ik wil niet zeggen: jullie laten steken vallen en ik niet. Want ik heb steken laten vallen, genoeg, en ik laat ze nog steeds vallen. De grootste fouten die ik heb gemaakt in mijn carrière cirkelen allemaal rondom het feit dat ik me niet uitsprak, terwijl ik wel vond dat ik dat had moeten doen.
In het fluisterspel dat we met z’n allen spelen circuleert de opvatting dat ik heb gezegd dat je dat pull request (PR) van ruim driehonderd bestanden af moet wijzen. Dat heb ik niet gezegd, zelfs al heb ik het gezegd. Wat ik meen is: het afwijzen van dat PR moet een reële optie zijn.
Ik benijd je niet. Ik heb ook in die situatie gezeten en toen heb ik het PR goedgekeurd. Ik wilde de pijn op de korte termijn niet aan en daarom droegen we met z’n allen de pijn op de lange termijn.
En het is pijnlijk als iemand maanden aan werk naar de prullenbak verwijst. Maar de vraag is: hoe kan het dat iemand maandenlang geïsoleerd van de rest heeft kunnen werken? – Dáár ligt het probleem, dat is waar het team als geheel heeft gefaald.
Het afwijzen van maanden aan werk is niet het probleem zelf, ook dat is maar een symptoom.
En in het gemopper of erger dat zal volgen op dat afwijzen, bestaat de kans om door te dringen tot dat onderliggende probleem.
Je hoopt – of liever: ik hoop – dat als die pijn nu gevoeld wordt, dat zich daarmee een weg opent naar een betere manier van werken, van samenwerken vooral.
Er is geen verandering zonder pijn.
Maar ik heb makkelijk praten, want het is mijn team niet meer. Ga er maar aan staan.